
Gekoppelde apparaten
Koppelen betekent verifiëren. Als een apparaat gekoppeld
is, kan het apparaat sneller en gemakkelijker worden
gevonden.
De gebruikers van de Bluetooth-apparaten moeten met
elkaar een toegangscode overeenkomen en voor beide
apparaten dezelfde toegangscode gebruiken om het
koppelen van de apparaten mogelijk te maken.
Een apparaat koppelen
1
Open de toepassing Configuratiescherm en selecteer
Bluetooth
. U kunt het koppelen van apparaten ook
instellen voordat u gegevens gaat uitwisselen.
2
Tik op
Gekoppelde apparaten
. Gekoppelde apparaten
worden in de lijst weergegeven.
3
Tik op
Zoeken
om het dialoogvenster
Zoeken naar
apparaten
te openen. Als u eerder naar Bluetooth–
apparaten hebt gezocht, wordt eerst een lijst met de
eerder gevonden apparaten weergegeven.
4
Tik op
Start zoeken
om de lijst met gevonden
apparaten bij te werken, selecteer het apparaat dat u
wilt koppelen en tik op
Koppelen
.
5
Voer de toegangscode in en tik op
OK
.
Korte namen toewijzen aan gekoppelde apparaten:
open de toepassing Configuratiescherm, selecteer
Bluetooth
en tik op
Gekoppelde apparaten
. Selecteer
het apparaat waarvan u de naam wilt wijzigen en tik
op
Bewerken
. U kunt een korte naam (bijnaam, alias)
opgeven ter aanduiding van een bepaald apparaat.
Deze naam wordt opgeslagen in het geheugen van het
apparaat en is niet zichtbaar voor gebruikers van
andere Bluetooth–apparaten.
Tip: Kies een naam die gemakkelijk te onthouden en
te herkennen is. Wanneer u naderhand naar apparaten
zoekt of een apparaat om verbinding vraagt, wordt de
door u gekozen naam gebruikt ter aanduiding van het
apparaat.
Het koppelen van apparaten annuleren: open de
toepassing Configuratiescherm, selecteer
Bluetooth
en
tik op
Gekoppelde apparaten
. Selecteer het apparaat
waarvan u het koppelen wilt annuleren en tik op
Verwijderen
. Als u verbinding hebt met een apparaat
en het koppelen met dat apparaat annuleert, wordt het
koppelen onmiddellijk geannuleerd maar blijft de
verbinding in stand.

Connectiviteit
152
Copyright © 2005 Nokia. All rights reserved.
Gekoppelde apparaten verifiëren: open de
toepassing Configuratiescherm, selecteer
Bluetooth
en
tik op
Gekoppelde apparaten
. Selecteer het
gekoppelde apparaat dat u wilt verifiëren en tik op
Bewerken
. Schakel de optie
Aanvraag bevestigen:
uit.
Verbindingen tussen uw smartphone en het andere
apparaat kunnen tot stand worden gebracht zonder
dat speciale kennis is vereist. Hiervoor is geen speciale
acceptatie– of verificatieprocedure nodig. Gebruik
deze status voor uw eigen apparaten, zoals uw pc, of
voor apparaten van iemand die u vertrouwt.
Geverifieerde apparaten in de lijst met apparaten
worden voorzien van het pictogram
. Instellen
dat gekoppelde apparaten niet worden geverifieerd:
selecteer de optie
Aanvraag bevestigen:
.
Verbindingsverzoeken van dit apparaat moeten elke
keer opnieuw expliciet worden geaccepteerd.